THE FRAN

Inhoudsopgave

13/11/19 Op zoek naar mijn ‘theory of everyting’
12/12/19 Leeslijst
16/11/19 Middle World van Richard Dawkins
19/11/19 Darwin voor feminisme
16/12/19 Superioriteit en vooruitgangsdenken als gevolg van de evolutietheorie
31/01/20 Klimaat op planetaire schaal

Op zoek naar mijn ‘theory of everything’.

Ik ben bezig met het ontwikkelen van een persoonlijk, wetenschappelijke kijk op klimaatverandering en feminisme ( of gender(on)gelijkheid). Daarbij maak ik gebruik van de natuurwetenschappen, de evolutietheorie, botanie, kunst en literatuur.

In mijn optiek is een verbindende, wetenschappelijke kijk op de mens en de natuur van belang om de grootste uitdaging van onze huidige tijd het hoofd te bieden: klimaatverandering.

In de ‘updates’ op deze pagina kun je mijn zoektocht volgen. Als je bij het begin wilt beginnen, start dan bij het artikel over Middle World en ‘werk jezelf een weg naar beneden’. Als je specifiek naar iets op zoek bent, dan kun je bovenstaande inhoudsopgave gebruiken en direct doorklikken.

Dankjewel voor het meelezen! Als je vragen, opmerkingen, toevoegingen hebt, dan hoor ik ze graag: francine@francineorsel.nl

LEESLIJST

De lijst is alfabetisch gesorteerd. Als er meerdere boeken van dezelfde auteur in staan dan heb ik de boeken onderling chronologisch gesorteerd (geredeneerd vanaf de oorspronkelijke uitgave van de eerste editie).

Leeslijst The Fran:

Charles Darwin, Het ontstaan van soorten (Amsterdam 2006) Vertaling van: The origin of species by means of natural selection, or the preservation of favoured races in the struggle for life (Londen 1872) 6e ed. Gelezen.

Charles Darwin, De afstamming van de mens en selectie in relatie tot sekse (Amsterdam 2002) Vertaling van: The descent of man, and selection in relation to sex (Londen 1871). Gelezen.

Richard Dawkins, De zelfzuchtige genen. Over evolutie, eigenbelang en altruïsme (Amsterdam 2008) Vertaling van: The selfish gene (Oxford 1976). In bezig.

Richard Dawkins, The God delusion (Londen 2007). Nog niet in begonnen.

Richard Dawkins, Het grootste spektakel ter wereld. Bewijs voor evolutie (Amsterdam 2009). Nog niet in begonnen.

Richard Dawkins en Yan Wong, Het verhaal van onze grootouders. Een pelgrimstocht naar de oorsprong van het leven (Amsterdam 2019). Nog niet in begonnen.

Campbell, Biology (San Francisco 2011) 9e ed. In bezig.

Norbert Elias, Problemen van betrokkenheid en distantie (Amsterdam 1982). In bezig.

Robert P. Feynman e.a., The Feynman lectures on physics. Volume 1: Mainly mechanics, radiation, and heat (New York 2011). In bezig.

Robert P. Feynman e.a., The Feynman lectures on physics. Volume 2: Mainly electromagnetism and matter (New York 2011). Nog niet in begonnen.

Robert P. Feynman e.a., The Feynman lectures on physcis. Volume 3: Quantum mechanics (New York 2011). Nog niet in begonnen.

Elizabeth Gilbert, Het hart van alle dingen (Amsterdam 2017) Vertaling van: The signature of all things (New York 2013). Gelezen.

Salomon Kroonenberg, Aarde en klimaat. Een hoorcollege over de geologische geschiedenis en toekomst van onze planeet (2009) 4 uur en 52 minuten. ‘Gelezen’.

Angela Saini, Ondergeschikt. Hoe kennis over vrouwen ons misleidt en wat we daaraan kunnen doen (Utrecht 2018) Vertaling van: Inferior: how science got women wrong and the new research that’s rewriting the story (Londen 2017). In bezig.

Griet Vandermassen, Dames voor Darwin. Over feminisme en evolutietheorie (Antwerpen/Amsterdam 2019). Gelezen.

Peter Westbroek, De ontdekking van de aarde . Het grote verhaal van een kleine planeet (Amsterdam 2013). Gelezen.

MIDDLE WORLD VAN RICHARD DAWKINS

16/11/19

Wat betekent de term ‘Middle World’, geïntroduceerd door Richard Dawkins? En waarom is het belangrijk om deze term te kennen als het gaat over evolutie?

‘Jonge sterren’

https://andysastro.com/2019/04/13/around-perditions-flames/
Astrophotography by: Andrew Campbell via https://andysastro.com/2019/04/13/around-perditions-flames/

Hier zie je een groepje ‘jonge’ sterren. Oftewel een cluster sterren dat ‘net’ is ontstaan. Ze zijn gevormd in de gekleurde gaswolk op de achtergrond. Die gaswolk is waarschijnlijk over een paar miljoen jaar wel uitgewaaierd en niet meer te zien. Over ongeveer een biljoen jaar zullen de sterren ook geen groepje meer zijn. Dan zullen ze allemaal ergens anders naartoe zijn getrokken door de zwaartekracht van andere sterren.

Middle World

Ik heb het begrip ‘jonge’ en ‘net’ tussen aanhalingstekens gezet. Waarom? Omdat het een perfect voorbeeld is van wat de Britse evolutionair bioloog en etholoog Richard Dawkins ‘Middle World’ noemt. Heel kort door de bocht gaat het om het besef dat aardse tijd helemaal nergens op slaat als het om de kosmos gaat. Mensen zijn letterlijk gebrainwired voor een leven op aarde: we denken in dagen, weken, jaren. Ons hele leven speelt zich af binnen een eeuw. En ons brein is afgestemd op dingen waarmee we binnen die tijdspanne moeten dealen.

Tijdsbesef van biljoenen jaren hebben we dus niet. Een ‘jonge’ ster bestaat al langer dan de oudste mens op aarde. De wetenschap moet het doen met momentopnames. Onderzoekers leven nou eenmaal te kort om uberhaupt het ontstaan (zeg maar de 9 maanden in de baarmoeder) van een ster te onderzoeken tijdens een mensenleven.

Middle World dus: de plek (aarde) waar we denken in dagen, weken en jaren. Terwijl die termen helemaal niets betekenen ‘on the grand scale of things’, letterlijk dus haha. En waarom is dit belangrijk om te weten? Omdat ons brein dus is gebouwd op het begrijpen van dagen, weken en jaren. Niet op het begrijpen van lichtjaren, miljoenen of miljarden jaren.

Middle World disclaimer

Dus als ik het straks ga hebben over andere mega langdurige ontwikkelingen, zoals het ontstaan van organismen, planten en dieren. Houd dan in gedachten dat wij in Middle World leven. En dat dat er soms voor kan zorgen dat je een ‘wtf’ momentje hebt. Of dat de moed je in de schoenen zakt omdat je denkt: hoe kan ik dit ooit begrijpen? Geruststelling: tot op zekere hoogte kan dat dus ook niet. Maar we kunnen een heel eind komen en dus: let’s get a move on!

Nou, fijne disclaimer voordat ik van start ga toch? Kun je gewoon lekker meelezen en telkens als je denkt: eh, wat? Dan zeg je gewoon: Middle World mensen, Middle World!

Als je meer wil weten over waar dit heen gaat: lees ‘About The Fran‘ of scroll helemaal naar boven op deze pagina.


DARWIN VOOR FEMINISME

19/11/19

In dit artikel leg ik uit wat de evolutietheorie met feminisme te maken heeft. De evolutieleer is voor verschillende groepen een argument voor of een argument tegen feminisme. Tegenstanders vinden in Darwins theorie biologische redenen voor de verschillen tussen de seksen (en meer to the point, de onderdrukking van vrouwen). Voorstanders lezen in Darwins theorie dat alle verschillen tussen de soorten en de seksen evolutionair overbrugbaar zijn.

Zelf heb ik in de vertalingen van The Origin of Species (Darwin: 2006) en The Descent of Man (Darwin: 2002) argumenten kunnen vinden voor beide kampen. In dit artikel richt ik mij op de argumenten voor feminisme die je uit Darwins evolutietheorie kunt halen.

Verleiding

oranje bloemen om de evolutieleer van darwin te illustreren

Deze bloemen zijn niet zomaar mooi oranje. Ze zijn zo mooi oranje om insecten aan te trekken en op die manier te kunnen overleven door zich voort te planten. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld pauwenveren, paringsdansen en grote geweien: mannetjes verleiden de vrouwtjes. Want, guess what, de vrouwtjes bepalen met wie ze gaan paren en dus welke genen er worden doorgegeven.

Dit is diehard Darwin. Charles Darwin schreef in 1859 zijn eerste editie van The Origin of Species (Het ontstaan van soorten). Zijn theorie was het rsultaat van een levenslange studie naar hoe de natuur (planten en dieren) zich gedraagt.

De rol van vrouwtjes

In zijn boek beschrijft Darwin verschillende fases, onderdelen en voorwaarden van evolutie, die hij ‘de strijd om het bestaan’ noemt.

Een van die onderdelen is de rol van vrouwtjes: die bepalen met welk mannetje ze paren. Vrouwtjes doen dat niet op basis van wetenschappelijke feiten, nee, ze kiezen puur intuïtief: dát is een mooie bloem, dát zijn mooie veren, díe leeuw ruikt lekker. En op basis van concurrentiestrijd: het hert met het sterkste lijf en gewei wint van de andere herten en mag met het vrouwtje paren.

paarse irissen om de evolutieleer van darwin te illustreren

Romantiek

Stel je even het jaar 1858 in Groot-Brittanië voor: we zitten middenin het Victoriaanse tijdperk. Het is de periode van de Romantiek. Een tijd waarin irrationele visies op natuur en mens hoogtij vieren. De religiositeit is doorgedrongen tot alle onderdelen van de samenleving. En daar komt Charles Darwin die beweert dat er niets romantisch aan de natuur is, maar dat alles logisch, biologisch verklaarbaar is. Party pooper.

Alles aan de theorie van Darwin is nieuw en controversieel voor het grote publiek. Om tegemoet te komen aan die ‘nieuwheid’ adopteert hij een nieuw idioom dat hij leent uit de wereld van de industrie en de commercie. Het is niet toevallig dat de industrie en de commercie in de tweede helft van de 19e eeuw thema’s zijn van een stroming die zichzelf linea recta tegenover de romantiek positioneert: het realisme.

Realisme

Het Realisme begint als een kunststroming die de wereld wil afbeelden zoals die is. Dus geen romantische voorstellingen van natuur en hemel, maar rauwe, grauwe afbeeldingen. Representaties van hoe het is om te leven in de wereld die door de Industriële Revolutie totaal veranderd is. Het Realisme is nieuw en onderzoekt nieuwe waarden in een nieuwe wereld.

Darwins realistische taalgebruik

Charles Darwin wil de nieuwheid van zijn evolutietheorie laten doorklinken in zijn woordgebruik. En het is geen verrassing dat hij dus niet kiest voor een romantisch idioom, maar voor een realistisch idioom. Het Realisme dat net zo nieuw is als de evolutietheorie en Darwin op die manier helpt om zijn revolutionaire theorie in de wereld te zetten: ‘organismen produceren nageslacht’, ‘variatie in soorten accumuleert‘, (Darwin: 2002) etcetera.

Grootste kritiekpunt

Het mag dus duidelijk zijn: Darwins evolutieleer was een knuppel in het hoenderhok. Maar wat is het belangrijkste kritiekpunt op Darwins theorie door mannelijke wetenschappers in zijn tijd? Precies dat punt over de rol van de vrouwtjes. Want hoe konden de vrouwtjes van een soort ooit weten wat schoonheid was? Hoe konden vrouwtjes ‘smaak’ hebben kunnen ontwikkelen voor de schoonheid van de mannetjes?

En dat niet alleen natuurlijk: de mannelijke wetenschappers zijn ook verbolgen over het feit dat de vrouwtjes op die manier een bepalende rol hadden gespeeld (en nog steeds spelen) in de evolutie van de soorten.

Ja. Dat was dus wel even schrikken in die patriarchale, godsdienstige 19e eeuw. Waarin zichzelf respecterende wetenschappers op basis van de vormen en inhoud van schedels van mannen en vrouwen de inferioriteit van vrouwen wilden aantonen. (Dat gold overigens ook voor Afrikanen. Ook zij waren zogenaamd wetenschappelijk inferieur vanwege hun schedelvorm.)

Darwins repliek

Maar Darwin zette natuurlijk door. Toffe peer. Niet door al die lui individueel van repliek te dienen of door nieuwe publicaties te doen. Nee. Darwin heeft zich in de twaalf jaren tussen het uitkomen van The Origin of Species (1859) en The Descent of Man (1871) helemaal onthouden van verhitte wetenschappelijke discussies. Alsof hij de wereld gewoon langzaam aan zijn ideeën wilde laten wennen.

Maar in elke nieuwe editie van The Origin of Species behandelde hij wel de belangrijkste kritieken. En dat is de reden dat het voorwoord bij de Nederlandstalige editie uit 2002 luidt:

Iedereen die het principe van evolutie aanvaardt en die toch grote moeite heeft om te aanvaarden dat vrouwelijke zoogdieren, vogels, reptielen en vissen het grote gevoel voor smaak zouden kunnen hebben bereikt dat in de schoonheid van de mannetjes besloten ligt, en dat in het algemeen overenstemt met ons eigen niveau, moge bedenken dat bij ieder lid van de vertebratenreeks [gewervelde dieren, TF] de zenuwcellen van de hersenen de rechtstreekse afstammelingen zijn van die welke de gemeenschappelijke stamouder van de gehele groep heeft gehad. Aldus wordt het begrijpelijk dat de hersenen en mentale vermogens onder gelijke omstandigheden bijna dezelfde ontwikkelingsgang kunnen doormaken, en bijgevolg bijna dezelfde functies vervullen.

Voorwoord bij de Nederlandstalige editie uit 2002. (Darwin: 2002)

Mocht je dit wel heel omslachtig dan wel niet duidelijk genoeg vinden, weet dan dat dit Darwins schrijfstijl is. Een 19e eeuwste stijl. Niemand willen beledigen en zo behoedzaam mogelijk nieuwe inzichten te poneren.

In helder 21e eeuws taalgebruik staat hier: evolutie houdt in dat de mentale vermogens van de seksen gelijkevenredig zijn ontwikkeld en dat als er al een verschil tussen de mentale vermogens van de seksen wordt waargenomen, dan kan dat verschil altijd door evolutie overbrugd worden. Is dit helder genoeg?

Darwins tactiek

Darwins stijl komt nu misschien over als ongeloofwaardig of niet overtuigend genoeg. Maar ik denk dat zijn stijl de relatief snelle acceptatie van zijn nieuwe theorie in de hand heeft gewerkt. In plaats van conflicterend, werkte zijn idioom uitnodigend. Daarnaast is zijn tactiek van ‘eerst de natuur en dieren’ en pas twaalf jaar daarna ‘de mens’ heel slim geweest. Door in The Origin of Species zo overduidelijk te zwijgen over de mens, was dat precies het punt waar zijn mede-wetenschappers over na gingen denken. (Darwin: 2002)

Toen in 1871 zijn The Descent of Man uitkwam was eigenlijk iedereen zelf al tot die conclusie gekomen en was het geen wereldschokkend inzicht. D mens , zowel man als vrouw, stamt af van de mensaap en is dus niet op de laatste dag van een schepping door een god op aarde neergezet. En dat heeft evolutie dus met feminisme te maken. Van inferieure schedels naar een bepalende factor in de evolutie van alle soorten. Eat that patriarchy!

Charles Darwin, De afstamming van de mens en selectie in relatie tot sekse (Amsterdam, 2002). Oorspronkelijke uitgave: Charles Darwin, The Descent of Man, and Selection in Relation to sex (Londen, 1871) in twee boekdelen.

Charles Darwin, Het onstaan van soorten: door natuurlijke selectie ofwel het bwaard blivjen van rassen die in het voordeel zijn in de strijd om het bestaan: de definitieve editie (Amsterdam 2006). Oorspronkelijke uitgave: Charles Darwin, The origin off species by mean of natural selection, or the preservation of favoured races in the struggle for life (Londen 1872) 6e editie.

SUPERIORITEIT EN VOORUITGANGSDENKEN ALS GEVOLG VAN DE EVOLUTIETHEORIE

In mijn blog ‘Darwin voor feminisme’ schreef ik over wat feminisme in ‘positieve zin’ met de evolutietheorie te maken heeft. Toch heeft de evolutieleer van Darwin ook aanzetten gegeven tot superioriteit en vooruitgangsdenken. En dit soort denkstructuren leiden juist weer tot meer gender/sekse- en rassenongelijkheid.

Dit stuk publiceer ik terwijl ik bezig ben in Dames voor Darwin van Griet Vandermasse. Ik schreef het voordat ik in het boek begonnen was en nu wilde ik het eigenlijk helemaal omgooien. Onder het mom van ‘met de kennis van nu’. Toch heb ik dat niet gedaan. Op die manier hoop ik dat mijn denkstappen transparanter zijn. En wil ik duidelijk maken dat het bij mij ook een proces is.

Vooruitgang

Aangewakkerd door Darwins woordgebruik brachten wetenschappers evolutie al snel in verband met vooruitgang. Het idee dat een volgende stap in de evolutie een stap ‘verder’ was, een stap in de ‘goede’ richting. Dat evolutie dus synoniem stond voor verbetering.

Darwins wetenschappelijke, logische, rationele theorieën waren een schok in zijn tijd (en zijn dat nu soms nog steeds). Dat had hij zelf heel goed door. Om de nieuwheid van zijn theorie kracht bij te zetten gebruikte hij nieuwe woorden. Maar hij wilde wel begrijpelijk blijven en daarom leende hij woorden uit het (nieuwe) industriële en financiële idioom.

Of dat de reden is dat Darwins taalgebruik uitnodigt tot denken in termen van vooruitgang, groei, verbetering en winst, durf ik niet te zeggen. Feit is wel dat bepaalde woordkeuzen het wel heel makkelijk maken om evolutieleer te koppelen aan vooruitgangsdenken.

Om een paar voorbeelden te geven uit Het ontstaan van soorten:

  • De notie van ‘de strijd om het bestaan’ in de titel suggereert een wedstrijd. Als je overleeft heb je gewonnen en ben je superieur ten opzichte van de genen die verloren hebben.
  • ‘De bewijzen voor de afstamming van de mens van een lagere vorm’ (cursivering van mij) is de titel van hoofdstuk 1. Het woord ‘lagere’ suggereert een vorm van inferioriteit . Alsof het over rangen gaat.
  • ‘Homologe structuren bij de mens en de lagere dieren’. Ook hier het woord ‘lagere’. Darwin lijkt hier taalkundig onderscheid te maken tussen de mens en de dieren.

Superioriteit

Dit vooruitgangsdenken zorgt al snel voor een menselijk gevoel van superioriteit: wij staan bovenaan de evolutieladder. Wij zijn de verst ontwikkelde soort. Wij zijn het allerbeste dat de natuur te bieden heeft.

Nu denk je misschien: en dat is een probleem omdat? Dat is een probleem, omdat superioriteit uitnodigt tot het maken van onderscheid. Onderscheid dat er biologisch gezien niet is.

Daarnaast is het een probleem omdat het suggereert dat evolutie een doel had (of nog erger: dat er ‘iets’ of ‘iemand’ de evolutie heeft bestuurd om zo bij ons uit te komen).

Onderscheid aanbrengen

Wij zijn dieren. Sociale dieren die kunnen praten en die verhalen vertellen. Door de term ‘mens’ te gebruiken hebben we taalkundig onderscheid aangebracht tussen onze ‘soort’ en andere zoogdieren. Het woord ‘mens’ of ‘aap’ is inmiddels een wereld van verschil in onze perceptie. Terwijl de twee soorten waarnaar ze verwijzen genetisch voor ruim 98% hetzelfde zijn.

Dus het verschil is nihil, maar we lichten het uit. We geven het een naam. Iets wat dus héél belangrijk voor ons is, omdat wij kunnen praten. Alles wat een naam heeft dat bestaat en daar kun je waarde aan geven.

Vervolgens gebruiken we het gevoelsmatige verschil (en ik noem het even gevoelsmatig, omdat het dus niets te maken heeft met de biologie of met andere wetenschappelijke bewijzen) om superieur onderscheid aan te brengen.

De mens is de top van de ladder. Dus de mens staat boven de dieren. Dus de dieren zijn er in dienst van de mens. De mens staat boven de planten. Dus de planten zijn er in dienst van de mens. De mens staat boven de natuur en de aarde. Dus de aarde is er in dienst van de mens.

Evolutie met een doel

Daarnaast veronderstelde het idee van menselijke superioriteit dat de evolutie wel een doel gehad moest hebben. De mens was de hoogste vorm van de biologie en die was heus niet zomaar ontstaan. Daar moest een plan achter zitten. Als je eerst hebt besloten dat je superieur bent is het blijkbaar erg moeilijk om je te verzoenen met het feit dat je het gevolg bent van fout op fout op fout. Het is aantrekkelijker om een idee als intelligent design of creationisme te bedenken. En plotseling zit er religie en een godsbeeld in de ooit zo oer-logische evolutietheorie van Darwin.

Gender- en rassenongelijkheid

Als je eenmaal bent begonnen met onderscheid aan te brengen tussen de soorten (en hebt besloten dat jijzelf altijd de superieure plek inneemt) dan is de stap om ook onderscheid binnen je soort te gaan aanbrengen niet zo heel groot. Dus ging de 19e eeuwse witte, koloniale Europeaan nog een stap verder en besloot ook onderscheid aan te gaan brengen in de menselijke soort.

Waarschijnlijk tot afgrijzen van Darwin kon het evolutionaire superioriteitsdenken daarbij prima worden gekoppeld aan het religieuze uitverkoringsidee. Niet alleen god had het witte ras uitgekozen om de wereld te beheersen (kolonialisme in de praktijk), de biologie ook (pseudo wetenschappelijke rassenongelijkheid). ‘Het zit in onze natuur’.

In De afstamming van de mens staat zwart op wit dat geen enkel verschil tussen soorten en tussen seksen niet kan worden overbrugd door evolutie. Toch is Darwins theorie gebruikt voor het verwetenschappelijken van rassenongelijkheid en als argument tegen feminisme. Nu kan iedereen wel iets in de theorie van Darwin vinden dat hem of haar beledigt. Maar ik blijf het fascinerend vinden hoe iedereen aan de haal is gegaan met zoiets logisch, wetenschappelijks en beta. Als in: waar is het misgegaan?

En nu?

Dus ja: Darwins evolutieleer stimuleert gelijkheidsdenken en gaat uit van een biologische natuur die constant in verandering is. Tegelijkertijd biedt hij voor wie daarnaar op zoek is, mede door de woordkeuze op sommige punten, argumenten voor superioriteit tussen soorten en tussen seksen.

Is dit dan puur een geval van ‘genie kent grenzen, domheid niet’? In die zin dat elke idioot wetenschappelijk bewijs zo kan verdraaien dat het voor zijn eigen bestwil gebruikt kan worden? Of is er meer aan de hand?

Zijn er onderliggende, biologisch-evolutionaire, wie weet voor-menselijke verklaringen voor de wijdverbreidheid van het patriarchaat? Of van racisme en onderdrukking van minderheden?

Of is het vooral te wijten aan de onwetendheid die wordt gevoed en onderwezen door religie? En is religie dan niet ook een bijproduct van evolutie?

Dit is dus wat er gebeurt hè: ik denk ‘ik wil het beter begrijpen dus ik ga het onderzoeken’. En terwijl ik bezig ben, begrijp ik misschien van één onderdeel iets meer. Maar tegelijkertijd komen er twintig onderdelen bij waarvan ik denk ‘ok, dit moet ik nog verder uitpluizen….’

Wordt vervolgd!

KLIMAAT OP PLANETAIRE SCHAAL

Een halfjaar geleden werd ik vegetariër ten behoeve van het klimaat. Na jarenlang te zijn gebombardeerd met ‘de veeteelt is de belangrijkste bron van de uitstoot van CO2’-berichten, klimaatconferenties en Skolstrejk för klimatet vond ik dat het zo niet langer kon. Het artikel ‘Deep Adaptation: A Map for Navigating Climate Tragedy’ was de druppel die de emmer deed overlopen. Na drie slapeloze nachten besloot ik rigoureus vegetariër te worden, doneerde ik aan Just Diggit en werd ik lid van de Partij voor de Dieren.

De afgelopen twee maanden heb ik mezelf verdiept in klimaatverandering. Ik heb onderzoek gedaan naar klimaatverandering op grote schaal. Ik heb geprobeerd om los te komen van het menselijke perspectief van ‘Middle World’. En ik heb kennis gemaakt met ‘die andere kant’ van klimaat onderzoek. De ‘dark web’ informatie die plotseling ook blijkt te bestaan als je googlet op termen als ‘klimaatverandering platentektoniek’ of ‘invloed zonnevlekken klimaat’. Ik braad inmiddels zonder schuldgevoel weer elke week een kippetje. In dit artikel beschrijf ik hoe dat kon gebeuren.

In zijn boek De ontdekking van de aarde schrijft de Nederlandse geoloog Peter Westbroek dat de manier waarop we de aarde zien en wat we van de aarde weten van invloed is op ons gedrag en op de ontwikkeling van ons denken. Hoe we naar de aarde kijken is in de menselijke geschiedenis grofweg drie keer radicaal veranderd. En telkens ging die verandering ook gepaard met een verandering in ons gedrag en in ons denken.

Voor de Renaissance overheerste het zogenaamde geocentrisme: de aarde (en dus de mens) was het centrum van het heelal. Alles (de aarde, het water, de dieren) waren er voor de mens. De mens was het doel.

Door het onderzoek van Galilei en Newton veranderde het geocentrisme in heliocentrisme: de zon is het centrum van het heelal. De aarde draait om de zon heen. Dit inzicht gaf de aanzet tot het doen van nog meer ontdekkingen. Zowel op intellectueel niveau (het begin van de wetenschappelijke revolutie) als op fysiek niveau (de tijd van de ontdekkingsreizen en het in kaart brengen van de wereld).

De Earthrise foto door astronauten in 1968 doet het idee van Spaceship earth ontstaan: de aarde als ons enige ruimteschip. Vanuit de ruimte blijkt de aarde een nietszeggende bol in een onmetelijk groot zwart heelal. Met dit idee in het achterhoofd ontstaan er noties van ‘grenzen aan de groei’ en ‘er is maar één aarde en daar moeten we goed voor zorgen’. Tegelijkertijd zorgden ontwikkeling in de astronomie ervoor dat we meer te weten kwamen over het universum. De zon bleek ‘maar een ster’ in één van de miljoenen sterrenstelsels die er zijn. Dat betekende het einde van het heliocentrisme.

Betrokkenheid en distantie

Naast een verandering in de ontwikkeling van ons denken en ons gedrag, zorgt een nieuwe manier van naar de aarde kijken ook voor maatschappelijke en innerlijke onrust. Een nieuw wereldbeeld vraagt om adaptatie. Om een nieuwe oriëntatie. Maar hoe bepaal je zo’n nieuwe oriëntatie? Wat is van invloed op het vormen ervan?

In zijn essay Problemen van betrokkenheid en distantie schrijft de Duitse socioloog Norbert Elias over hoe onze mate van betrokkenheid onze oriëntatie beïnvloedt. Even kort samengevat: hoe betrokkener je bent op een onderwerp, hoe dichterbij het voor jouw komt en hoe persoonlijker het jou raakt, hoe subjectiever en irrationeler je manier van kijken is. Andersom werkt het ook. Hoe gedistantieerder je bent, hoe minder het onderwerp jou direct raakt en hoe verder weg het voor jou is, hoe objectiever en rationeler je manier van kijken is.

Misschien denk jij: nou dat valt nog wel mee hoor. Ik kan heel goed objectief naar heel persoonlijke zaken kijken. Laten we er dan voor nu vanuit gaan dat het in ieder geval veel makkelijker is om objectiever te zijn over zaken die je persoonlijk niet aangaan. Laten we uitgaan van een schaal die loopt van betrokken naar gedistantieerd. En dat hoe betrokkener je bent, hoe relatief subjectiever je manier van kijken, redeneren en denken. Of, zoals Elias het beschrijft, hoe meer emoties een rol spelen. Het is per slot van rekening persoonlijk.

Een nieuw perspectief

Het nieuwe perspectief vanuit de ruimte in 1968 sloeg in als een bom. Spaceship earth confronteerde de mens niet alleen met zijn eigen nietigheid, maar ook met die van de aarde. Het nieuwe wereldbeeld zorgt daarom voor paniek: er is maar één aarde en het gaat over ons, over ieder individu dat op die aarde leeft. Wat als er iets met die aarde gebeurt? Dat betekent dat iedereen, jij en ik, dood gaat. Daar is ook op dit moment nog geen speld tussen te krijgen, hoe objectief je ook kijkt. Als de aarde op dit moment implodeert of wordt geraakt door een supergrote meteoriet, dan gaan we allemaal dood.

Die paniek verandert ons gedrag: wew worden bezorgd om de aarde. Het is interessant dat er pas na 1968 voor het eerst wereldwijd noties ontstaan van ‘er zijn grenzen aan de groei’. De negatieve gevolgen van het kapitalisme op de aarde. Het uitputten van de natuurlijk energiebronnen. Overbevolking, massa-extinctie, epidemieën, zeespiegelstijging en klimaatverandering zijn plotseling problemen die de menselijke habitat direct bedreigen.

Om het verschil in perspectief bloot te leggen: vóór 1968 was er ook klimaatverandering (denk bijvoorbeeld aan de kleine ijstijd tussen de 15e en 19e eeuw), vóór 1968 waren er ook epidemieën (denk aan de Spaanse griep pandemie in 1918) en vóór 1968 bestond ook het benul van overbevolking (denk aan het onderzoek van Malthus). Het verschil ligt in het feit dat na 1968 al die zaken direct gekoppeld worden aan het uitsterven van de mens of het vergaan van de aarde. Voor 1968 waren het ‘gewoon’ problemen. Zaken waar de mensheid op dat moment mee moest dealen. Problemen die van een redelijke afstand konden worden bekeken. Maar vanaf het moment dat we onze kwetsbare aarde hebben kunnen zien vanuit de ruimte, wordt het oplossen van die problemen van persoonlijk levensbelang.

Dit inzicht geeft misschien wat relativeringsvermogen. Weten dat de problemen van nu zo problematisch zijn en worden gemaakt omdat ze samenhangen met ons huidige wereldbeeld. Dat is het mooie: alleen al je bewustwording van je eigen perspectief zorgt voor een verandering van je positie op de schaal tussen betrokkenheid en distantie.

Maar wat boeit dat verschil tussen betrokkenheid en distantie nou precies? Waarom zaag ik daar zes alinea’s over door? Volgens Elias is alleen het gedistantieerde perspectief in staat om te komen met zinvolle oplossingen voor problemen of het verkrijgen van overzicht in een situatie. Het betrokken perspectief zorgt juist voor het tegenovergestelde. Je kunt je voorstellen dat hoe dichter je ergens op zit, hoe moeilijker het is om een helikopterview te krijgen. Of hoe overtuigder je van iets bent, hoe moeilijker het is om een andere mening écht aan te horen. Dat is wat Elias bedoelt. Binnen een gedistantieerde, objectieve oriëntatie is discussie mogelijk: het afwegem van argumenten en het komen tot een wetenschappelijke conclusie.

Kortom, om problemen van wereldlijke schaal het hoofd te bieden, is een rationeel, objectief perspectief te prefereren boven een irrationeel, subjectief perspectief. Peter Westbroek noemt dit perspectief de wetenschappelijke oriëntatie.

Wetenschappelijke oriëntatie

Dat klinkt simpel: laten we allemaal het wetenschappelijke perspectief omarmen en op die manier gezamenlijk de problemen met betrekking tot klimaatverandering het hoofd bieden. Geen probleem zou je zeggen. Maar waarom blijkt dat toch veel moeilijker dan je op het eerste gezicht denkt? Daar zijn verschillende redenen voor:

  • Vanuit biologisch evolutionair perspectief is die reden ‘Middle World’ (Richard Dawkins), of onze manier van denken. Wij mensen hebben van onszelf niet de hersencapaciteit om te denken op kosmische schaal. Evolutionair is dat namelijk helemaal niet nodig. Het is voldoende om te kunnen denken, redeneren en voorspellen binnen de menselijke tijdspanne: maximaal 100 jaar. Dit staat ons in de weg als we willen redeneren op kosmische schaal. Je zou kunnen zeggen dat de menselijke maat ons verhindert om de gepaste distantie te verkrijgen voor een wetenschappelijk persectief op de aarde en haar klimaat. We kunnen het wel, maar dat kost ons moeite.

  • Vanuit maatschappij-sociologisch perspectief is die reden de onderhevigheid van onze gemeenschappelijke oriëntatie aan macht en ideologie. Voor instituten als de kerk en de staat is het van groot belang om dat gezamenlijke perspectief te controleren en beïnvloeden. Hoe de kerk en religie een wetenschappelijk perspectief in de weg staat hoef ik denk ik niet uit te leggen. Maar ook de politiek is vaak alleen geïnteresseerd in informatie die past binnen de eigen ideologie. Kort gezegd: zodra overtuigingen, principes en ideologie een rol spelen komt het wetenschappelijke perspectief in het gedrang.

  • Vanuit sociologisch perspectief beschrijft Norbert Elias dat wij als mensen zeer betrokken zijn bij het voortbestaan en het beschermen van de aarde. Omdat ons bestaan daarvan afhangt. Veel persoonlijker wordt het niet. Die betrokkenheid staat een wetenschappelijk perspectief vaak in de weg.

  • De antropoloog Pierre Bourdieu voert als reden aan dat wetenschap vaak onderdeel is van klassentegenstellingen. Oftewel: wetenschap is nog altijd de bezigheid van de elite. De ‘gewone man’ kan zich daar niet mee identificeren. In Nederland kennen we dat misschien minder, want Nederland kent een relatief egalitaire maatschappij. Ondanks dat kennen wij ook hier de term ‘intellectuele elite’. En kan ik me nog goed herinneren dat ik als 18-jarige te horen kreeg dat ik ‘toch niet hoefde te gaan studeren aan de universiteit’. Ik kon beter een HBO studie gaan doen. Dat paste beter bij ‘ons soort mensen’.

  • Een andere reden waarom het moeilijk is om als samenleving een wetenschappelijk perspectief aan te nemen is het wijdverbreide misverstand dat wetenschap moeilijk is. Terwijl dat natuurlijk onzin is. Toegegeven, sommige onderwerpen die de wetenschap behandelt zijn ingewikkeld. Maar de wetenschappelijke methode is niet moeilijk om te begrijpen. Net zo min als de wetenschappelijke manier van informatie verzamelen. Het misverstand dat wetenschap te moeilijk is, hangt dan ook nauw samen met de overtuiging dat wetenschap alleen voor de elite is.

  • Wetenschap is eng. Nog zo’n reden die ons collectief afhoudt van het wetenschappelijke perspectief. Wat is er eng aan de wetenschap? Kernwapens, gentechnologie, stamcelmodificatie, clonen. Het idee dat alles wat de wetenschap ontdekt en uitvindt ook in slechte handen kan vallen met alle gevolgen van dien. Of de ethische consequenties van wetenschappelijke vooruitgang en de ingewikkelde filosofische vraagstukken die daarmee samenhangen. Dan is het makkelijker om je er niet mee bezig te houden.

  • Een laatste reden die een wetenschappelijk perspectief in de weg staat is de wetenschap als vijand. Deze reden ligt in het verlengde van ‘wetenschap is eng’, maar gaat nog een stap verder. De wetenschap is onze vijand. Kijk maar naar wat er gebeurd is onder Hitler. De verschrikkelijke menselijke rampen die er zijn gebeurd onder de vlag van wetenschappelijke vooruitgang. Genocide ten behoeve van een superieur ras. Dat is trouwens ook een van de redenen waarom de politiek zich liever niet te veel associeert met wetenschap. En andersom. Ook de wetenschap wil liever niet gebruikt worden als argument voor bepaald beleid. En daar is natuurlijk ook iets voor te zeggen.

Overgangsperiode

Terug naar klimaatverandering. Het idee van ‘wij zijn verantwoordelijk voor de klimaatverandering’ maakt de mensheid heel betrokken bij de ontwikkeling van de aarde: wij heersen, wij bepalen, wij veroorzaken, wij lossen op. Op het gebied van klimaatverandering staan we als mens dus aan de betrokken kant van de schaal. Dat is heel logisch, want als de aarde onbewoonbaar wordt, gaan wij allemaal dood. Die locatie helpt echter niet mee bij het verkrijgen van overzicht van het probleem noch met het vinden van innovatieve oplossingen. Dus in die zin snijden we onszelf er ook mee in de vingers.

Daarnaast is er nog een interessant aspect aan het idee van ‘wij zijn verantwoordelijk voor de klimaatverandering’. Het veronderstelt namelijk dat er zonder de mens geen klimaatverandering zou zijn. Terwijl de geschiedenis van de aarde er een is van constante klimaatverandering. Het klimaat verandert altijd. Er is geen 0-punt waarnaar het klimaat kan ‘terugkeren’ en de aarde heeft ook geen ‘standaard’ klimaat. Ook is er geen ‘stabiel klimatologisch evenwicht’ waarnaar we soort van terug kunnen keren.

Dit gaat misschien in tegen wat je geleerd hebt bij aardrijkskunde: het weer is veranderlijk, het klimaat is stabiel. Maar het klimaat is ook alleen maar stabiel binnen de menselijke maat. Op planetair niveau (dus op aardgeschiedkundige schaal) is het klimaat helemaal niet stabiel en zijn we hoe dan ook op weg naar de volgende ijstijd. Alle dingen die we nu meemaken: opwarming van de aarde, massa-extincties en zeespiegelstijging, de aarde heeft het allemaal al meegemaakt. Meerdere keren. Vanuit de aarde bezien zijn deze dingen dus ook niet extreem en breken ze geen records.

Berichten als ‘2019 was wereldwijd het warmste jaar ooit gemeten’ verliezen alle urgentie als je je realiseert dat het klimaat al miljarden jaren meedoet en wij nog geen 100 jaar systematische metingen doen. Voor ons als soort is het nieuw. Voor ons als soort is het extreem. Maar voor de aarde is het business as usual. Vervolgens concluderen dat ‘de natuurlijk zich niet kan herstellen’ of dat ‘de aarde van slag is’, is typisch Middle World denken. Dat is niet geredeneerd vanuit het wetenschappelijke perspectief, maar vanuit de menselijke maat. Vanuit het tijdsbesef van maximaal een eeuw.

Stel je voor dat je de dingen uit elkaar trekt. Dat je ervoor kiest om iets meer afstand te nemen en wat minder betrokken te zijn. Hoe zou je de situatie van het klimaat en de rol van de mens er uitzien als je ervoor kiest om vanuit planetair perspectief te kijken, in plaats van vanuit menselijk perspectief? Er is een groep wetenschappers die standaard redeneren en onderzoeken vanuit dat planetaire perspectief. Dat zijn de paleontologen.

Klimaatverandering volgens paleontologen

Paleontologen houden zich bezig met historische geologie. Ze onderzoeken het ontstaan van de aarde over een periode van 4,5 miljard jaar. Die tijd is zo totaal niet te bevatten, dat er binnen de paleontologie een term voor is: ‘deep time’. Vanuit hun perspectief op de huidige tijd, die dus niet meer is dan een speldenprik op kosmische schaal, zijn zij het erover eens dat de mens een veel minder grote invloed uitoefent op het klimaat dan dat de mens zelf denkt. Ze ontkennen niet en masse de invloed van de uitstoot op CO2 als broeikasgas, maar stellen daar een aantal invloedrijkere zaken tegenover.

Een van die paleontologen is emeritus hoogleraar in de geologie Salomon Kroonenberg. Hoe kijken paleontologen als hij naar de huidige klimaatverandering?

  1. Het verband tussen meer CO2 in de atmosfeer en een hogere temperatuur is niet unaniem bewezen. Er zijn periodes in de aardgeschiedenis waarin het CO2 gehalte heel hoog was en de temperatuur constant bleef of zelfs daalde.

  2. De politiek verbindt het fossiele brandstof vraagstuk aan het klimaat vraagstuk, terwijl dat in principe gescheiden onderwerpen zijn. Zelfs als je wél de theorie aanhangt van ‘CO2 uitstoot zorgt voor een stijging van de temperatuur’. Want draai het eens om. Stel je voor dat de aarde zou afkoelen en dat de volgende ijstijd voor de deur staat. Zou het dan ook een goed idee zijn om zo snel mogelijk alle fossiele brandstoffen op te branden, om te zorgen dat de afkoeling minder snel gaat? Wat is precies het doel en met welke middelen wil je het bereiken? Slaat het überhaupt ergens op om het klimaat te willen beïnvloeden, wat is daar de premisse van? Ik vraag me in dit licht ook af of het niet zinvoller is om alle tijd, energie, denkkracht en geldstromen op dit moment in te zetten om manieren te bedenken om ons aan te passen aan een veranderend klimaat. Los van wie of wat de oorzaak is. Terug naar de paleontologische klimaatvisie:

  3. On the grand scale of things zijn van invloed op het klimaat: de platentektoniek, de stand van de aarde ten opzichte van de zon en de energie van zonnevlekken. Er is vanuit wetenschappelijk perspectief sprake van een metaklimaat. Onder invloed van de drie bovenstaande variabelen ontstaat er grofweg iedere 100.000 jaar een ijstijd (glaciaal). Daarna wordt het langzaam weer warmer (interglaciaal) en daarna werkt het klimaat weer toe naar een ijstijd. Dit is dus een soort extra categorie bovenop die van het weer en het ‘menselijke’ klimaat die je op de middelbare school geleerd hebt. Het is een soort kosmische klimaattrend.

  4. De paleontologische klimaatconclusie is: we zitten nu precies in een periode tussen twee ijstijden in, een interglaciaal, een zogenaamde zomer. En daarom is het relatief warm. Maar in the end zijn we hoe dan ook op weg naar de volgende ijstijd.

    Daarnaast is het goed om te weten dat er binnen het klimaatvraagstuk drie groepen zijn: wetenschappers die het Kyoto protocol aanhangen (1), wetenschappers die het Kyoto protocol niet bewezen achten (de zogenaamde ‘sceptici’) (2) en een verzamelgroep van politici, milieugroeperingen en media (3). Let op: de zogenaamde sceptici zijn alleen sceptisch ten opzichte van het Kyoto protocol, dat stelt dat CO2 uitstoot de belangrijkste oorzaak is van de opwarming van de aarde. De sceptici zijn niet sceptisch ten opzichte van klimaatverandering in het algemeen. Een verhelderend filmpje hierover kun je hier bekijken.

Sociale gevolgen van klimaatverandering

Nou. Dit gedistantieerde wetenschappelijke meta-perspectief verandert een hoop. Voor mij persoonlijk bijvoorbeeld dat ik niet langer vegetariër ben vanuit klimatologische redenen, maar flexitariër vanuit diervriendelijke redenen.

Wat dit persectief niet verandert zijn de maatschappelijke en sociale gevolgen van klimaatverandering die wij op dit moment meemaken. Droogte die miljoenen mensen raakt, zeespiegelstijging die grote bewoonde gebieden bedreigt. De klimaatverandering zal waarschijnlijk gaan zorgen voor migratiestromen van grote groepen mensen die niet meer kunnen leven in hun huidige habitat. Dát zijn reëele issues die aandacht, denkkracht en innovativiteit verdienen. In plaats van de focus op de oorzaak kunnen we ons misschien richten op de oplossing. Om op die manier de dystopische ‘societal collapse due to climate change’ van Jim Bendell te voorkomen.

Verder lezen:

De Groene Rekenkamer
Invloed van zonneactiviteit op het klimaat
Milutin Milankovic (1879-1958)
Milankovic-parameters
Annotatie terug te vinden in de leeslijst: Westbroek, Kroonenberg, Elias, Bendell, Dawkins.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *